Hoe ziet de begeleiding op een school eruit? | Leraar van Buiten

 

Hoe ziet de begeleiding op een school eruit?

Van alle startende leraren in het VO stopt tussen 20 en 25 procent binnen 5 jaar weer met hun avontuur in het onderwijs. Hoe dit komt hangt af van verschillende factoren, maar onvoldoende begeleiding is er één van. Erg jammer, want vooral in het begin moet je een aantal drempels over en een aantal angsten overwinnen. Hier heb je veel hulp bij nodig. Wat voor hulp kun je verwachten tijdens jouw beginjaren voor de klas?

Hoe de begeleiding op een school is geregeld hangt van een aantal dingen af. Denk aan de grootte van de school, of men veel ervaring heeft met zij-instromers, hoe het management is vormgegeven en nog veel meer. Maar wat elke school meestal wel heeft zijn teamleiders, schoolopleiders en werkplekbegeleiders.

Naast andere taken is jouw teamleider iemand waar je bij terecht moet kunnen met al jouw vragen over de school, de leerlingen en het lesgeven. Waarschijnlijk ken je deze persoon al vanaf dag één. Dit is iemand met veel ervaring in het onderwijs die het klappen van de zweep al kent. Als jij met grote vraagstukken zit, zoals een conflict met een leerling, helpt hij of zij je graag om dit op te lossen. Jouw teamleider kan jou en je lessen ook beoordelen voor je opleiding en heeft met jou voortgangsgesprekken.

Veel scholen hebben ook één of meerdere schoolopleiders. Zij zijn nauw betrokken bij de begeleiding en opleiding van toekomstige leraren. Veel scholen hebben namelijk altijd wel stagiaires en zij-instromers in dienst (onder andere door samenwerking met hogescholen/universiteiten) die allemaal hun weg moeten vinden op hun nieuwe werkplek. Ook staat de schoolopleider in nauw contact met de opleidingsinstituten waar deze aanstaande docenten hun opleiding volgen. Ze hebben ook een onafhankelijke beoordelende functie en werken samen met de beoordelaars van jouw opleiding.

Werkplekbegeleiders kun je zien als een ‘buddy’ waarmee je regelmatig gesprekken voert over jouw voortgang als docent. Tijdens informele gesprekjes, vaak na een lesbezoek, kun je met elkaar sparren over wat er goed ging en wat beter kan. Het is hierbij belangrijk dat je erachter komt ‘waarom’ je als docent bent wie je bent en waarom je bepaalde dingen doet. Idealiter is jouw werkplekbegeleider iemand die hetzelfde vak als jij geeft, dus je kunt tips uitwisselen over lesgeven in het hetzelfde vak. Werkplekbegeleiders zijn er niet om jou te beoordelen, maar wel om jou te coachen in alledaagse dingen.

Als laatste moeten we al die andere begeleiders niet vergeten: Namelijk al jouw andere collega’s. Je zult zien dat je bij iedereen terecht kan voor vragen of dingen waar je misschien mee zit. Na een paar pauzes in de personeelskamer zul je al snel merken dat iedereen bezig is met het uitwisselen van leuke of minder leuke verhalen! Iedereen heeft vroeger als beginnend docent hetzelfde meegemaakt als jij dus het is niet vreemd om veel vragen te stellen. Maak hier dus gebruik van!