Pieter, mbo-instructeur

‘Studenten vinden het interessant dat ik uit de praktijk kom’
Pieter

Pieter Groenendijk begon op z’n vijftiende als vakkenvuller bij een supermarkt. Hij studeerde een jaar pabo, maar die opleiding paste niet echt bij hem. Bij zijn supermarkt ging hij verder als fulltime medewerker, en haalde zijn diploma’s via de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) in het mbo en hbo.

Op z’n 28ste nam hij een kleine buurtsupermarkt over die hij moderniseerde en succesvoller maakte qua omzet. Na 8,5 jaar stonden er forse investeringen voor de deur. Dat was het moment waarop Pieter voor zichzelf de balans opmaakte: wil ik jarenlang 60 tot 80 uur per week werken om een lening terug te betalen of probeer ik naast mijn werk meer van mijn jonge gezin te genieten? Dat laatste werd het, en Pieter verkocht de supermarkt. Zodoende kan hij nu parttime werken en samen met zijn partner voor zijn zoontje zorgen.
Met behulp van een assessmentbureau ontdekte hij dat werken in het onderwijs een optie was. Een grote mbo-instelling nam hem aan als instructeur, om drie dagen in de week studenten te begeleiden. Pieter: ‘Ik begeleid drie klassen met het vak ondernemerschap en ook een klas met het houden van verkoopgesprekken’. Hij voelt zich nu op z’n plek met de mbo-studenten: ‘Deze doelgroep past bij mij.’

Aan het vak proeven
Pieter licht toe: ‘Ik vond het in mijn supermarkt altijd belangrijk dat medewerkers zich ontwikkelden. Wanneer ik nu studenten voor me heb, is de eerste vraag aan hen: waar wil je over vijf jaar staan? Ik trigger hen om na te denken over wat ze nodig hebben om hun doel te bereiken, door de juiste vragen te stellen. Bijvoorbeeld: hoe wil je je onderscheiden van je concurrenten? Ik hoop dat ze leren welke keuzes ze moeten maken. Ik benadruk dat netwerken belangrijk is en dat ze zich steeds nieuwsgierig en leergierig moeten opstellen. De studenten vinden mijn lessen superinteressant, omdat ik net uit de praktijk kom.’

Van instructeur naar docent
‘In deze fase waarin ik instructeur ben, mag ik het mbo ontdekken en een beetje aan het vak van docent proeven. Als het bevalt, kan ik doorstromen naar het docentschap, is de afspraak. Dan ga ik mijn pedagogisch-didactisch getuigschrift (PDG) halen. Ik verwacht dat ik daarbij een voorsprong heb, dankzij de praktijkervaring die ik nu opdoe en de tips en trucs die ik hoor.’

Goede begeleiding
De begeleiding in Pieters nieuwe werkomgeving is goed. Een buddy helpt hem om thuis te raken in de systemen op school, en hij kan altijd met vragen terecht bij zijn leidinggevende. ‘Ik heb niet zelf de touwtjes in handen, zoals in mijn supermarkt, maar werk in een staande organisatie. Daarin moet ik mijn weg zoeken. Het leuke is dat ik het bij iemand anders kan neerleggen als ik iets niet weet.’

Tip
Waarom zou Pieter een overstap naar het onderwijs aanbevelen? ‘Vraag je af: wat vind ik belangrijk in mijn leven? Als de (financiële) trigger om hogerop te komen minder wordt, en als je de juiste kennis en vaardigheden hebt om jongeren een stap vooruit te helpen, dan is het leraarschap het overwegen waard. Daarbij komt dat de financiële beloning in het onderwijs niet slecht is. Mijn ervaring is dat de salarissen heel behoorlijk zijn. Je hoeft heus niet op een oude broodkorst te kauwen!‘