Karin, hybride docent

‘Moeilijker maar ook leuker dan gedacht’
Karin Westerbeek

Karin Westerbeek was fulltime adviseur van de Onderwijsraad. Nu doet ze dit werk halftime, ze is parttime docent Nederlands geworden.

Na haar studie taal- en literatuurwetenschap in Tilburg en haar promotie* in Florence werkte Karin Westerbeek als onderwijsonderzoeker, ontwikkelaar van leermiddelen en lerarencoach bij onderwijsadviesdiensten. Daarna trad ze in dienst bij de Onderwijsraad in Den Haag als senior raadsadviseur en plaatsvervangend secretaris.

‘Ik heb me lang bewogen in de schil rondom het onderwijs, maar ik deed niet het handwerk. Het viel me op dat er zoveel mensen onderwijsadviseur of -ambtenaar zijn, terwijl er een groot lerarentekort is. Vooral in coronatijd knaagde het aan me dat ik thuis achter de computer zat terwijl er een schreeuwend tekort is aan mensen die voor de klas staan. Ik wilde weten hoe het is om dat te doen. Zo zou mijn maatschappelijke impact groter zijn, bedacht ik.
Daar kwam bij dat ik de puberteit van mijn kinderen een lollige tijd vind. Ik wil graag bij jeugd en jongeren betrokken blijven, ook als mijn kinderen straks de deur uitgaan. Samen met een vriendin heb ik de voorlichtingsbijeenkomsten van Leraar van Buiten gevolgd. Daarna heb ik gezocht naar een opleiding die ik kon volgen en een school die me wilde benoemen. Ik kon me voor 1 juni opgeven bij het ICLON in Leiden voor de eenjarige masteropleiding en in september startte ik op het Antoniuscollege in Gouda als docent Nederlands voor 8 uur per week.

Hoe ik de praktijk heb ervaren? Als veel moeilijker dan gedacht, maar ook veel leuker. Ik ben blij met mijn keus. Ik had al veel lessen gegeven aan leraren en presentaties verzorgd, en dacht: presenteren en lesgeven kan ik vast wel. Maar het is totaal anders of je voor een groep staat die bewust naar je toe is gekomen om naar je te luisteren of dat er 26 brugklassers tegenover je zitten die uitstralen: we móeten hier zitten, hoe komen we de tijd door?
Nu ik ook lesgeef aan een vwo-4 en -5-klas gaat het langzamerhand beter. Deze leerlingen zijn al wat ouder, ik kan vakinhoudelijk meer aan hen kwijt en ze weten beter waarvoor ze naar school komen.
Maar ook met mijn brugklas is het goed gelukt een band op te bouwen, ook al zie ik hen maar 4 uur in de week.
Afgelopen jaar was heel pittig: ik werkte 50 procent bij de Onderwijsraad, gaf les én volgde de opleiding. Tot diep in de nachten bereidde ik lessen voor, en dat zal ik ook komend schooljaar weer moeten doen: de lessen tot in de puntjes voorbereiden, van minuut tot minuut bedenken wat de leerlingen moeten leren. Daarbij wil ik wetenschappelijk verantwoorde lessen geven.  

Ik verheug me erop dat ik deze zomer de opleiding afrond, dan hoef ik daar geen tijd meer in te steken. Daarbij prijs ik me gelukkig dat ik twee werkgevers heb – de Onderwijsraad en de schoolleiding – die het oké vinden dat ik twee banen combineer. Voor mij is het ideaal, het past bij mijn persoonlijkheid om enerzijds na te denken over het onderwijssysteem en anderzijds superpraktisch bezig te zijn. Ik hoop wel dat beide banen elkaar in de toekomst meer zullen bevruchten.’

 

* op een proefschrift over het peer effect (van medeleerlingen) in de klas op de eigen prestaties van leerlingen in het primair onderwijs