Jeroen, straks vmbo-docent PIE

'Iets doen wat je leuk vindt is superveel waard'
Jeroen

Jeroen Nivard volgde een opleiding in de procestechniek en werkt inmiddels acht jaar als procesoperator bij een grote olieraffinaderij in de buurt van Rotterdam. Hij weet vrij zeker dat hij docent Produceren, Installeren en Energie (PIE) wil worden in het vmbo.

‘Al een poosje ben ik erachter dat ik geen jaren meer wil werken als procesoperator. Hoe ik op het idee kwam van een overstap naar het onderwijs? Ik houd van lezen, en als ik iets interessants lees, ga ik het vertellen aan mensen in mijn privé-omgeving. Die zeiden: ‘Jij moet eens nadenken over werken in het onderwijs.’
Nu werkt mijn moeder al jaren in het voortgezet onderwijs als wiskundedocent, dus ben ik eens met haar gaan praten. Ze vertelde dat het dankbaar werk is, en dat geen dag hetzelfde is. Dat sprak me aan, want ik houd niet van routinematig werk.
Via collega’s van mijn moeder kwam ik in contact met Leraar van Buiten. Ik heb de online informatiebijeenkomst bijgewoond en heb de PIE-afdelingen op drie scholen in mijn omgeving bezocht. Ook heb ik brochures gelezen van de lerarenopleiding aan de Hogeschool Rotterdam en ben ik naar de open dag geweest. Ik ben benieuwd naar de driedaagse training Zin in Lesgeven waaraan ik in april 2022 meedoe.

Wat me tijdens de schoolbezoeken opviel is dat de grootste uitdaging van het voor-de-klas-staan niet is of je genoeg kennis hebt, maar hoe je pubers enthousiast krijgt en motiveert. Ik wil daar graag in groeien. De leraren die het goed deden, konden goed ‘levelen’ met de leerlingen. Ze hadden zoiets van: wij voelen elkaar goed aan. De voorbeelden die ik zag hadden op de juiste momenten tijd voor een grapje en schakelden dan weer naar de lesstof. Ze toonden wederzijds respect en gaven het gevoel dat zij en de leerlingen samenwerken. Wat averechts werkt is een autoritaire houding aannemen.

Aantrekkelijk van een overstap vind ik dat het onderwijs een compleet nieuwe en dynamische omgeving voor mij is. Het zal een uitdaging worden en ik zal me nog veel kunnen ontwikkelen.
De enige hobbel is het financiële plaatje. Omdat ik onregelmatige diensten werk, krijg ik bovenop mijn salaris 30 procent onregelmatigheidstoeslag. Overstappen naar het onderwijs is daarom een behoorlijke stap. Maar geld is ook niet alles, en iets doen wat je leuk vindt is superveel waard. De teruggang in salaris zorgt er niet voor dat ik ervan afzie.

Ik ben er eigenlijk vrij zeker van dat ik het onderwijs in wil. Voor het zij-instroomtraject heb ik een werkgever nodig; die ga ik de komende tijd zoeken. Belangrijk is hoe de sfeer op een school voor mij voelt. Want die wordt gemaakt door leraren en leerlingen, en ook het schoolgebouw geeft er een gevoel bij.’