Bernadette, nu leraar Duits

"Werken en studeren naast mijn gezin is gelukt!"
Bernadette de Bruijne was hulpverlener in de jeugdzorg en is nu leraar Duits

Bernadette de Bruijne gaf haar werk als hulpverlener in de jeugdzorg op en werd docent Duits. ´Ik ben blij dat ik de overstap gemaakt heb – ik help jongeren nu met kennisoverdracht.’

Bernadette de Bruijne werkt sinds 2015 als docent Duits op een vmbo-, mavo- en havo-school in Hoogvliet. Ze vertelt: ‘Ik heb een opleiding gedaan aan de sportacademie. Daar koos ik de management- en beleidsrichting, dus ik haalde geen lesbevoegdheid. Ik kwam terecht in de Rotterdamse jeugdzorg, waar ik agressieregulatie- en weerbaarheidstrainingen gaf aan twaalf- tot achttienjarigen met gedragsproblemen, en ook gymles, koken en creatieve vakken. Daarna ging ik fondsenwerving doen voor een vrijwilligersproject. Eigenlijk kwam ik steeds meer op kantoor te zitten, maar ik wilde meer met de leerlingen doen. Mijn man zat in het onderwijs, en ik zag van dichtbij hoe dat werkte. Ik besloot een lerarenopleiding te volgen en tegelijk te starten met werken. Dat kon op deze school. Ik volgde een voltijds lerarenopleiding aan Hogeschool Windesheim, via afstandsleren. Dat beviel goed, want ik kon veel thuis doen, deelde mijn eigen tijd in en hoefde geen uren te reizen. Dat heeft me veel tijd gescheeld. Toch was het een drukke periode, want ik had toen twee jonge kinderen en een pup. Maar het is gelukt! Nu volg ik een gewone masteropleiding voor de eerstegraadsbevoegdheid aan de Fontys Hogeschool in Tilburg.

Ik vind het onderwijs fantastisch. Die leerlingen zijn zo leuk. Of eigenlijk: tegelijk leuk en niet leuk. Soms kun je ze achter het behang plakken en soms maak je de meest fantastische momenten met ze mee. Iedere dag is anders, en ik leer zelf ook steeds nieuwe dingen. Dan bedenk ik: dit zou ik anders aanpakken of dat wil ik ontwikkelen. Het gaat nog jaren duren voor ik uitgeleerd ben. Ik kan als leraar Duits alles vanaf de grond opbouwen. Eerst volgde ik braaf een lesmethode, nu ontwikkel ik steeds meer eigen materialen. Dat ik nog veel jaren nodig heb om de lessen in te richten zoals ik het wil, past bij me. Ik ben een stuiterbal en wil bezig blijven.

In de jeugdzorg was ik bezig met gedragsproblematiek en vormde sport een middel. Nu ben ik bezig met kennisoverdracht. Ik help jongeren op een andere manier. In de jeugdzorg zag ik jongeren drie tot twaalf maanden, maar nu volg ik ze langere tijd, van de eerste tot de vierde klas. Ik zie ze groeien, van kleine meiden en jongens tot grote dames en flinke gasten. Hen na vier jaar loslaten is soms moeilijk.

Wanneer ik iemand zou aanraden om zij-instromer te worden in het onderwijs? Het moet je liggen. Mijn advies is: loop een paar dagen mee, volg een docent van het vak dat je wilt geven, en ga na of dit is wat je wilt en welke doelgroep je aanspreekt. Ten opzichte van andere banen moet je je realiseren dat je altijd ‘aan’ staat. Er zijn altijd leerlingen die je iets willen vragen, daar moet je tegen kunnen. Veel mensen kennen het onderwijs uit hun eigen schooltijd, maar toen waren ze leerling. Hoe het is om docent te zijn, moet je zelf zien. Ik ben in ieder geval heel blij dat ik de overstap gemaakt heb.’