Op kamp in de Ardennen

Mijn eerste jaar als zij-instromer zit er bijna op. Het is een cliché, maar waar: het jaar is echt voorbij gevlogen. Als ik naar mezelf kijk zie ik dat ik ontelbaar veel veranderingen heb doorgemaakt. Niet alleen op professioneel, maar ook op persoonlijk vlak. Het is niet te doen om dit allemaal in één blogpost te bespreken, maar één essentieel onderdeel van het lesgeven wil ik er graag uitlichten: de band die je met de leerlingen hebt.

Dit is essentieel als je wilt slagen als leraar, en al helemaal op de vmbo-school waar ik werk. Men zegt wel dat op het vmbo je relatie met de leerlingen nog belangrijk is dan de stof die je wilt overbrengen. Zo belangrijk zelfs, dat leerlingen soms hun best doen voor jou en niet eens zozeer voor zichzelf.
Ik heb lange tijd moeite gehad met het opbouwen van een goede band met leerlingen. Het is een ingewikkelde combinatie van streng zijn en tegelijkertijd aardig en rechtvaardig zijn, een harde maar ook zachte kant van jezelf tonen, volledig jezelf zijn maar ook weer niet … Allerlei knoppen waaraan je moet draaien om je ‘modus’ als leraar te vinden. Bovendien heb je te maken met pubers die zo veranderlijk kunnen zijn als het weer.

Hoe snel het opbouwen van zo’n band toch ineens kan gaan ontdekte ik afgelopen maand op schoolkamp in de Belgische Ardennen.
Schoolkamp: voor de ene docent is dit een nachtmerrie, voor de ander een heerlijke break uit de dagelijkse sleur. Stel je voor: tachtig stuiterende pubers uit de tweede klas, een lange busreis, drie dagen kamperen in de toch wel frisse buitenlucht, altijd ‘aan’ staan en nauwelijks nachtrust. Niet direct iets waar iedereen naar zal uitkijken. Ook ik wist niet zeker of ik nu een gat in de lucht moest springen toen ik op de vroege maandagochtend de bus instapte. Maar als medeorganisator van het kamp kon ik er ook niet echt onderuit.

Het waren inderdaad drie loodzware dagen met veel actie en weinig slaap. Maar wat was het geweldig! Tijdens een kamp, of andere buitenschoolse activiteiten, zie je leerlingen namelijk van een heel andere kant. Ineens ben je niet meer docent, maar een maatje die ervoor zorgt dat we samen met de kano weer veilig aan wal komen. Het betekent samen zingen aan het kampvuur en welgemeende high fives na een mooie afdaling met de mountainbike. Maar het betekent ook een schouderklopje en een troostend woord bieden als een leerling toch net niet durft te abseilen. Je leert de leerlingen en hun angsten en dromen in razend tempo kennen. En natuurlijk zien zij jou ook van een andere kant. Een kant die ze zich ook in de lessen nog lang zullen herinneren.
Toen ik op woensdagavond, na een reis van 6 uur (in plaats van 3 uur) en een bijzondere maar vooral hectische pitstop bij McDonald’s weer uit de bus stapte, kon ik een glimlach niet onderdrukken en dacht ik vooral: volgend jaar gaan we gewoon weer!

 

Blogger

Richard de Ruiter

Richard de Ruiter rondde een hbo-bacheloropleiding International Business & Management Studies af. Daarna werkte hij vijf jaar in het toerisme, onder andere als reisleider, en excursiebegeleider. Hij woonde in landen als Spanje en Griekenland en op een cruiseschip. Dat hij het leraarschap eens wilde proberen kwam door het slechte loopbaanperspectief in het toerisme. De keuze voor het schoolvak Engels lag voor de hand, met zijn opleiding en carrière. 

Richard de Ruiter